Beeld: Pexels
Interview door: Amrutha Mol
Een krachtig verhaal over partnergeweld, victim blaming en herstel
Eén op de vijf Nederlandse vrouwen krijgt te maken met partnergeweld. Fysiek, psychisch, emotioneel of seksueel geweld zijn uitingen waar deze vrouwen vaak mee te maken krijgen. In Nederland komt het nog regelmatig voor dat de overlever van het geweld verantwoordelijk wordt gesteld. Wat zijn daar de gevolgen van voor het slachtoffer? Esmee (27) vertelt haar ervaring met victim blaming.
“Mijn ex-vriend en ik kennen elkaar al heel lang, omdat we opgroeiden in dezelfde buurt. Alleen waren we toen nog niet verliefd op elkaar en hadden we nog geen relatie. In 2019 bloeide ons contact via social media weer op en kregen we een relatie.”
“Ik was niet meteen verliefd, we waren eigenlijk altijd vrienden, zo ook op de middelbare school. Het begon allemaal leuk en aardig. Ik vond het op dat moment wel heel erg fijn dat er iemand naar mij omkeek en hij deed dat wel en ook regelmatig. Toen dacht ik daar nog niks geks over. Ik had niet het gevoel dat er iets niet klopte.”
De donkere wolken dreven het liefdesgeluk langzaam weg: “Het was geen plotselinge omslag. Het begon heel gezellig. In het begin voelde ik mij fijn bij hem, net zoals altijd. Hij luisterde, was vriendelijk en samen konden we goed lachen en gek doen. Het was heel gezellig, tot hij boos werd.”
“Het duurde niet lang voor ik hem niet meer aan kon” – Esmée
Het partnergeweld begon geleidelijk nadat Esmee haar ex aan haar moeder voorstelde. "Na drie-en-een-halve maand zat hij mij de hele dag te controleren, uit te schelden of te blokkeren op social media en de telefoon.” Partnermishandeling gaat vaak gepaard in meerdere vormen. Zo ook bij Esmee: “Meerdere keren per week werd ik geslagen. Dat vond ik toen normaal. Toch was alles bij elkaar wel zwaar. Het psychisch geweld vond ik het zwaarste. Heel de dagen werd ik uitgescholden of zocht hij een reden om ruzie te maken.”
“In het begin van onze relatie bleef het bij duwen en trekken. Maar daar deed ik zelf ook aan mee. De eerste klap kwam tijdens zijn verhuizing. Hij verhuisde en ik hielp hem hierbij. Toen ik zijn kast opruimde vond ik een dikke map van justitie. Ik heb er eerst niet ingekeken. Maar hij vertelde zulke rare verhalen over zijn ex-vriendin dat ik hem niet geloofde. Uiteindelijk heb ik toch in de map gekeken en hem ermee geconfronteerd. Dat was de eerste keer dat hij mij echt heel erg heeft geslagen.”
“Bij mijn vader thuis was het ook vaak duwen en trekken dus dat vond ik dus best normaal” - Esmée
Voor Esmée was het duwen, trekken en schelden normaal. “Bij mijn vader thuis was het ook vaak duwen en trekken, uitschelden of met spullen gooien. Dus dat vond ik best normaal.” Ze vervolgt: “Ik koos ervoor om bij mijn vader te wonen toen ik puber was, maar ik kreeg bij mijn vader thuis te maken met verwaarlozing, psychisch en fysiek geweld. Doordat ik dat als puber meekreeg vond ik het ook normaler dat mijn ex-vriend mij zo slecht behandelde. Voor mij was het de normaalste zaak van de wereld.” Na de pubertijd is Esmée bij haar moeder gaan wonen.
Ondertussen wordt het geweld tussen Esmée en haar ex-vriend erger en erger: “Het duurde niet lang voor ik hem niet meer aan kon. Hij begon te gooien met voorwerpen en op een gegeven moment durfde ik niets meer terug te doen. Maar dat is heel langzaam gegaan.”
“Tijdens mijn zwangerschap heeft mijn ex-vriend een ongeluk gehad, waardoor hij in coma heeft gelegen. Hij kon niet voor zichzelf zorgen, dus heb ik mijn baan opgezegd om fulltime voor hem te zorgen. Toen hij weer wat fitter werd en dichter bij zichzelf kwam is het geweld erger geworden. Tijdens mijn zwangerschap heb ik meerdere keren in het ziekenhuis gelegen, omdat mijn ex-vriend mij in mijn buik heeft getrapt. Hij heeft mij ook een keer zo’n harde klap gegeven waardoor ik een klaplong heb gekregen”, deelt Esmée.
“Toen ze een klaplong kreeg vertrouwde ik het niet meer” – Angela
Moeder Angela vult aan: “Esmée woonde bij mij thuis en toen zag ik al de eerste tekenen van geweld. Zo kwam ze een keer thuis met een snee in haar gezicht. Dus toen had ik al mijn vermoeden. Maar toen ze die klaplong kreeg vertrouwde ik het niet meer.”
Op de dag dat Esmée moet bevallen is haar ex-vriend spoorloos: “Tijdens de bevalling ben ik alleen maar bezig geweest om hem te bereiken. Dat was erg stressvol. Uiteindelijk kan ik mij niet meer zoveel herinneren van de bevalling.” Moeder Angela vult aan: “We hadden het er laatst nog over, dat we toen naar het ziekenhuis reden voor de bevalling en dat we hem niet te pakken konden krijgen. Daardoor stopten de weeën. Ze was zo met hem bezig dat ze niet met de bevalling bezig kon zijn.”
Esmée zegt: “Niemand zei er wat van, want ik was iedereen al kwijtgeraakt. Mijn ex heeft mijn vriendinnen tegen mij opgezet door hen leugens te vertellen over wat ik van ze vond.” Gelukkig lukt het Esmée haar ex niet om haar moeder tegen haar te keren: “Dat kwam vooral door mij, omdat hij Esmée niet kon isoleren van mij. Esmée en ik bleven in contact. Het feit dat ze bij mij in huis woonde, maakte dat gemakkelijker. Als ze al zelfstandig woonde was het een ander verhaal geworden”, legt Angela uit.
“Ik leefde echt voor mijn ex-vriend” - Esmée
Esmee verliest zichzelf langzaam in de gewelddadige relatie: “Ik herkende mijzelf niet meer. Ik leefde echt voor mijn ex-vriend.” Ze moet op een gegeven moment naar een vrouwenopvang. Een plek waar vrouwen, eventueel met hun kinderen, heen gaan als het thuis niet veilig is. “Toen ik in de opvang kwam vond ik het moeilijk om voor mijzelf te leven, want mijn hele dag draaide om hem. Achteraf gezien denk ik dat ik mezelf bij mijn vader al ben kwijtgeraakt.”
Moeder Angela vult haar dochter aan: “Net voor de bevalling vertelde Esmée mij dat haar vriend agressief was, maar niet gedetailleerd. Na de bevalling hebben we hem de deur uitgezet. Uiteindelijk bleef ze in contact met haar ex onder het mom van dat ze samen net een kind hadden gekregen. Er zijn toen ook weer ruzies geweest. Het is geëscaleerd waar hun kind bij was. Dus toen heb ik tegen Esmée gezegd: ‘Als jij met hem in contact blijft dan haal ik de Raad voor Kinderbescherming erbij, want dan kun je niet voor je kind zorgen’. Dat was heel heftig en doe je niet zomaar. Maar ik zag geen andere uitweg op dat moment.”
“Mensen zeiden dat ik het wel verdiend zou hebben” - Esmée
Het duurde heel lang voordat Esmée ging praten over het geweld. “Ik had een heel klein groepje mensen aan wie ik het vertelde.” Esmée krijgt te maken met victim blaming in de opvang: “Een hulpverlener vroeg aan mij waarom ik niet ‘gewoon’ bij hem wegging. Dat stootte mij wel echt tegen het hoofd. Omdat het heel moeilijk is om bij iemand weg te gaan in zo’n situatie. Je hebt gemengde gevoelens en zit in een achtbaan van emoties. Mijn vader, opa, oma en stiefmoeder waren van mening dat het mijn eigen schuld was. Ze zeiden dat ik maar niet met een buitenlander moest zijn. Dat ik dit allemaal zelf op mij heb afgeroepen. Maar het ergste was dat ze niet naar mij wilden luisteren. Ze zeiden dat ik het wel verdiend zou hebben dat ik klappen kreeg.”
“De tweede keer opvang heeft Esmée echt kapot gemaakt” - Angela
Esmée deelt hoe ze zich voelde door deze opmerkingen: “Ik heb mij heel eenzaam gevoeld. Zeker toen ik voor de tweede keer naar de opvang moest. Dit heeft mijn mentale gezondheid echt een klap gegeven. Niemand mocht weten waar ik zat en ik moest mijn telefoon inleveren.” Moeder Angela: “Die tweede keer opvang heeft Esmée echt kapot gemaakt.”
Esmée vertelt: “Ik heb door de relatie een heel laag zelfbeeld gekregen. Ik twijfelde aan alles. Soms twijfel ik nog steeds aan mijzelf. Voed ik mijn kind wel goed op? Maak ik de juiste keuzes?” Angela vult aan: “Als voormalig slachtoffer leg je de schuld sneller bij jezelf neer. Je twijfelt meer en je zelfbeeld is beschadigd. Dat zal je altijd meedragen.”
Esmée: “Nu, na vijf jaar valt alle hulpverlening weg en nu moet ik mijn eigen leven weer op orde krijgen en dat vind ik ergens nog wel moeilijk.” Esmée zit nu nog in een verwerkingsproces, toch maakt ze grote stappen: “Ik ga naar therapie en besef mij nu dat het geweld niet mijn schuld is. Ik zit nu in een soort rouwproces en zit in de fase van boosheid. Ik heb heel veel last van triggers en ik leer in therapie om daarmee om te gaan. Toch heb ik wel angst voor mijn ex-partner. De hulpverlening valt eind dit jaar weg en ik ben bang dat hij mij weer op komt zoeken.”
Angela vult aan: “Langzaam krijgt Esmée meer vertrouwen in mensen. Ze woont nu zelfstandig en ze heeft een band opgebouwd met haar buren. Dus langzaamaan krijgt het leven weer een beetje kleur.”
Esmée deelt: “Ik denk dat er meer begrip mag komen voor vrouwen die partnergeweld mee maken. Vrouwen praten al niet makkelijk over het geweld. Dat heeft ook een groot stuk met schaamte te maken. Het taboe wordt wel minder, maar het liefst zetten mensen oogkleppen op en bemoeien ze zich er niet mee. Ik denk dat mensen sowieso wel wat liever voor elkaar mogen zijn. Daarnaast hoop ik dat mensen beter gaan luisteren naar vrouwen die partnergeweld meemaken.”
Esmée sluit af: “Herstel betekent voor mij dat ik mijzelf weer terugvind. Maar een volledig herstel zit er niet in. Ik neem dit trauma altijd mee in volgende relaties of vriendschappen. Wat ik nog wil zeggen tegen vrouwen die nu in een onveilige relatie zitten is: ga weg nu het nog kan. Ik heb vrouwen gezien in de opvang die later weer terug zijn gegaan naar hun gewelddadige partner en zij hebben het niet overleefd. Ik pleit voor hogere straffen bij partnergeweld en meer expertise binnen de politiewereld in partnergeweld".
Het geweld is inmiddels zes jaar geleden en Esmee begint volgend jaar aan een opleiding als ervaringsdeskundige. "Ik wil zelf in een opvang werken om mensen te helpen die door hetzelfde heen gaan als ik heb meegemaakt. Ik hoop dat ik hen mag meegeven dat zij voor zichzelf mogen kiezen, en dat als je weg wilt er altijd hulp is. Niemand is zo belangrijk als jijzelf."